1. De Stront Molen

De Stront Moolen 
 
Nummer 862. Een soort Bourrée





2. Annetie was achtien jaren / Het Musikantje

Annetie was achtien jaren / Het Musikantje
     
Nummer 472 en 626.
Als de trekharmonica in de 18e eeuw al bestaan had, waren deze melodieën er zeker op gespeeld.


3. Als al die eyckelen rijpen

Als al die eyckelen rijpen (Als de eekelties ryp syn)
In het Stedelijk Museum van Zwolle bevindt zich een handschrift, het Album Amicorum van Maria van Besten, geschreven tussen 1593 en 1596, met vrijwel dezelfde tekst ‘Als die eekelen rijzen soe mest de boer de svijn’. Als wijsaanduiding komt het al voor in Veelderhande Liedekens van 1559. De door ons gezongen melodie komt met de aanduiding ‘Als alle d’akeren rijpen’voor in Extractum Katholicum van Stalpaert van der Wiele uit1631.
De instrumentale (majeur) versie staat in de Boerenlietieseditie van Roger onder nummer 319. Als in oude liederen een man ‘zijn wille’ doet, komt dat meestal neer op een ordinaire verkrachting. De vrouw heeft bitter weinig in te brengen en blijft vaak, na ‘negen maanden en een dag’, achter met de gevolgen.
Zo niet in deze ballade. Op haar verzoek dient de moeder van de maagd (die nu dus geen maagd meer is) een aanklacht in tegen de ‘stouten ruiter’. Die moet zijn daad, na een fikse marteling, bekopen met de dood door het zwaard. Zo nu en dan was er tóch gerechtigheid.


4. De Vastenavond

De Vastenavond

Tekst uit Tweede Delfs Cupidoos Schighje, 1656, en overgenomen in diverse 20e eeuwse zangbundels, zoals die van Pollmann en Tiggers.
Muziek: De Liere Man parki parka, nummer 629, gevolgd door Vasten Avont die komt aen, nummer 247

 


5. Ik hoorde dees dagen

Ik hoorde dees dagen


Het titelnummer van de CD is een tekst uit Thirsis Minnewit (Amsterdam 1750) , een uitermate populair lied in de 18e eeuw.
Dit is een van de weinige Italiaanse melodieën in de Boerenlieties (nummer 264) en heeft als titel Se Mille Tormenti. Mortier nummer 282 is een variant.


6. De rommelpot

 De Rommelpot

Nummer 42
De rommelpot als instrument werd veelal gebruikt bij bedelliedjes op bijvoor beeld nieuwjaarsdag, vastenavond of Sint Maarten. Maar ook als percussie-instrument in de dansmuziek was en is de rommelpot toepasbaar.


7. De Bedelaar

De Bedelaar
 
Nummer 6
Tekst uit Het Vrolijke Bleekersmeisje (F.G. Holst, Amsterdam, 19e eeuw), aangepast door Max Prick van Wely



8. Koolslae / Jan Croes

8. Kool Slae en Jan Croes
 
Nummer 82 en 188
In de uitgave van Roger staat ook een nummer getiteld ‘Jan Kroes is doot’. Kennelijk is Jan een historische figuur. Beide melodieën zijn genoteerd in 6/4; wij hebben er 6/8 van gemaakt en op deze manier kan er goed een cercle (tovercirkel) op gedanst worden.


9. Hanselijn

Hanselijn   (Hanseleyn over die Heyde reet)  

Nummer 266
Tekst in Haerlemsche Winterbloempjes, 1651.

Hanselijn, een beruchte roverhoofdman, wordt gevangen gezet in een hoge toren. Een jong meisje is verliefd op de machtige bendeleider en hoopt hem vrij te kopen door met hem te trouwen.
Haar vader steekt daar echter een stokje voor.
Dan gaat zij over tot een truc. (Een dergelijke vijlentruc werd al eerder uitgehaald: in een tekst van eind 16e eeuw verstopt een meisje 6 vijlen in een schoen om 20 galeislaven vrij te krijgen).
Slot van het liedje: Hanselijn heeft wel zijn vrijheid, het meisje niet haar geliefde.
Melodieverwijzing in Souterliedekens (nr 69) van 1540. Ook in Haerlems Oudt Liedt-Boeck (editie 1716).


10. Marche van Koehoorn

Marche van Koehoorn 
 
Nummer 837
Met Koehoorn werd waarschijnlijk niet de koeiehoorn bedoeld, waarop wij spelen, maar de bekende militaire bevelhebber en vestingbouwer Menno van Coehoorn (1641-1704)..


11. Drie jonge maagden

Drie jonge maagden 

Nummer 240
De tekst staat als ‘Klucht van de drie maagden’ in ‘De lustige jager’ (Amsterdam, z.j.), op de wijs van ‘De kat loert op de muis’.
Er waren in vroeger eeuwen voor vrouwen diverse redenen om zich in mannenkleren te hullen. De wens om een mannenberoep uit te oefenen bijvoorbeeld, zoals matroos of soldaat. Of om in een typische mannengemeenschap dicht bij de geliefde te zijn. De maagden in dit lied lijken een dubbele doelstelling te hebben. In ieder geval moeten ze het gekrioel met de soldaten bekopen met een zware straf. De mannen gingen hoogstwaarschijnlijk vrij uit.


12. Ik ging op ene morgen

 Ik ging op ene morgen  (Ik gink op eenen morgen)

Nummer 36
Mortier nummer 40 is een variant. Tekst uit Haerlems Oudt Liedt-Boeck, (1e druk ca 1640). Eén van de weinige Nederlandse liederen, waarin het landschap – in dit geval heel specifiek dat van Kennemerland - uitgebreid wordt bezongen. De melodie komt al voor in Theodotus’ Het Paradijs der geestelijcke en kerkelijcke Lofsangen uit 1621.

 


13. Poolsche duttelsack / Poolsche Sara

 Poolsche duttel sack en  Poolsche Sara
 
Nummer 577 en 418
De Poolse doedelzak is de Dudey. In plaats daarvan gebruiken we hier een Hummeltje, een reconstructie van een lieflijk klinkend doedelzakje uit onze contreien.


14. Mooi Saartje

Mooi Saartje (Tussen den Haagh)

 Mortier nummer 363
Tekst ‘Mooy Saartje is je moeder niet thuis’. Dit lied stond op het repertoire van de beroemde marskramer en liedjesverkoper Kleyn Jan en was begin achttiende eeuw al zeer bekend. Deze versie komt uit Thirsis Minnewit (Amsterdam 1750) en Ate Doornbosch verzamelde tussen 1965 en 1970 nog verschillende varianten, waarin het niet over een Fransman maar over een ‘Spanjoor’ gaat.


15. Stinkpot Menuet

De Stinkpot Menuet
 
Nummer 860
Het menuet is van oorsprong een hofdans en veel bals werden ermee besloten.


16. De kooredanser / Tr Den Boer

De kooredanser en Tr Den Boer
 
Mortier nummer 370 en 358
Op deze melodieën kan een rondeau gedanst worden. Dat was van oorsprong een danslied, gezongen door een voorzanger en, in de antwoordregel of het refrein, een koor van dansers.


17. Het waren twee koningskinderen

 Het waren twee koningskindren  (Daer waren twee Koninks kindere)

Nummer 461
Het verhaal is gebaseerd op de Griekse sage van Leander, die dagelijks de Hellespont overzwom om bij zijn geliefde Hero, priesteres van Aphrodite, te kunnen zijn.
Tekst uit het Haerlems Oudt Liedt-Boeck (editie 1716). De oudst bekende versie is te vinden in een handschrift van ca 1525 uit een Zuid Hollands klooster; tot midden 20e eeuw werd het lied mondeling in verschillende versies overgeleverd; Peter heeft het zijn oma nog horen zingen.


18. Branle d'Orleans

Branle d’Orleans 

Nummer 3
De branle ontstond uit een oud-Franse rondedans in tweedelige maatsoort, met een indeling in couplet-refrein. In de 16e en 17e eeuw was het de populairste hofdans. Ten tijde van Lodewijk XV werd elk bal ermee geopend.


19. Boerenmuzikanten

De Boerenmuzikanten  (Malle Kits)

Nummer 615
Tekst ‘De boeren muzikanten’ uit ‘Het Vermaaklijk Buitenleven, of de Zingende en Spelende Boerenvreugd’ (Haarlem 1716). Onze uitvoering is een schots (of scottisch) .


CD: IK HOORDE DEES DAGEN