1. Hemels hoge zalen

Van de cd: Ons is geboren

 1. Hemels hoge zalen

Wij ontlenen onze meerstemmige uitvoering aan de pianobewerking van Jaap Kunst in “Het levende lied van Nederland” uit 1938.

Veurman & Bax vermelden in “Liederen en dansen uit West Friesland” dat het in 1905 werd opgetekend te Enkhuizen en temidden van andere kerstliederen in 1913 gepubliceerd in het tijdschrift “Vrij en Vroom”. Omstreeks 1905 herinnerden oude mensen zich, aldus dit tijdschrift, nog “dat een vrouw, maar meestal mannen (soms geen brave luidjes, maar echte zuupers) met een verlichte draaiende ster rondgingen tegen of met Kerstmis en dan centen ophaalden (later vaak in drank omgezet) onder het zingen van genoemde kerstliedjes”. Veurman noteerde het ook te Venhuizen in de jaren ’40.
Oorspronkelijk werd de tekst, uit “Geestelycke kers- en nieuwe jaersliedtjens”, ca 1680 uitgegeven door M. Mul te Enkhuizen, gezongen op de melodie van “Rosemont”, dat voorkomt in Der Fluyten Lusthof (Jacob van Eyck,1649)

 


2. Maria die zoude naar Bethlehem gaan

2. Maria die zoude naar Bethlehem gaan

Melodie: Puer nobis nascitur uit Utrechts St. Agnes- of St. Barbara handschrift van ca 1480 (Staatsbibliotheek Berlijn). Is gelijk aan “Waar is de dochter van Sion” uit “Dit is een suverlijc boecxken…”, 1508, samengesteld door broeder Dirck van Munster.

De tekst stamt wellicht uit de 17e eeuw, maar de oudste bron is het boek “Oude Vlaamsche Liederen” van J. Fr. Willems uit 1848.


3. Door de liefde

 

Door de liefde

Uit Lootens en Feys: Chants Populaires Flamands, Brugge, 1879
 Mul te Enkhuizen, gezongen op de melodie van “Rosemont”, dat voorkomt in Der Fluyten Lusthof (Jacob van Eyck,1649)


4. Ik ga mijn zoete engel

Ik ga mijn zoete engel

Eén van de ongeveer 1000 melodietjes uit “Oude en Nieuwe Hollantse Boerenlieties en Contredansen”, gepubliceerd tussen 1700 en 1716 in Amsterdam.


5. Op dan herders

Op dan herders

Uit “Een nieuw zuyverlijk boeksken”, 1758. Melodie van “Belle Iris” uit Ballet de l’ Impatience van Lully, 1661. In het midden van de 19e eeuw nog in Ootmarsum gezongen en ook elders in Twente en de Achterhoek bekend.

Onze versie uit de Achterhoek komt uit Godsdienstige Kalenderliederen van J. Bols.


6. Een serafijnse tonge/ Van de wafelen

Een serafijnse tonge / Van de wafelen

Serafijnen zijn engelen met zes vleugels, bedekt met ogen. En wafelen werden in de 18e eeuw gegeten met Nieuwjaar.

Een seraphinsche tonghe komt uit “Het prieel der gheestelicker Melodiie”; Brugghe 1609; Van de Wafelen uit “Boerenlieties”, nr.74 (ook in een 18e eeuws handschrift met volksmelodieën dat zich bevindt in de Toonkunstbibliotheek)


7. Kinder swijcht so moochdi horen

Kinder swijcht so moochdi horen

Afkomstig uit hetzelfde klooster als “Maria die zoude naar Bethlehem gaan”. (nr. 2)


8. Herders brengt melk

Herders brengt melk

Hoe, net als op schilderijen uit de 17e eeuw, het kerstgebeuren gesitueerd wordt in onze contreien. Hier met Jozef in de hoofdrol. Uit “Het geestelijk Opeelken”van Pieter de Cauwe, Duinkerken 1696.

De melodie, van La Pastourelle, die voor het eerst als wijsaanduiding “la Pastorel” voorkomt in 1633, stamt af van het “Veni Creator”.


9. Het zoete kindje

Het zoete kindje

Uit de “Boerenlieties”(zie bij nr. 4), maar onder de titel “Frans Ballet” komt het ook al voor in “Der fluyten lust-hof” van Jacob van Eyck uit 1649.


10. Ons is geboren / Sterrelied

Ons is geboren - Sterrelied

Het originele lied heeft vele coupletten, maar ons leek het aardig de os en de ezel eens in het zonnetje te zetten.

In de Liederenbank staan 6 vermeldingen van dit lied, met als oudste bron een Deventer Liederenhandschrift van het eind van de 15e eeuw (Berlijn, Staatsbibliotheek.).
Bruning vermeldt nog een Roermonds handschrift uit de 14e eeuw. Van Duyse, geeft als oudste vermelding van de tekst het Liedboek van Anna Von Köln uit de 15e of 16e eeuw. Het lied heeft daar 15 coupletten en wij maakten daaruit een keuze.

De melodie is afkomstig van een Latijns lied, waar ook de tekst een afgeleide van is: “Puer nobis nascitur”, (zie “Maria die zoude”).
Van Duyse geeft een aantal varianten van die melodie. Daarbij ook een tweestemmige zetting, afkomstig uit een handschrift van 1482 dat zich bevindt in Trier. Hij vermeldt tevens twee andere tweestemmige zettingen, één uit het Vigiliënboek van het Lopsen Klooster (Stedelijk Museum Leiden) en één uit het Luitboek van Thysius. Overigens staat het lied ook in de bekende bundel van Pollmann en Tiggers (éénstemmig, 6 coupletten).

De melodie die op het lied volgt is een instrumentale versie van Het Sterrenlied, uit “Noordwijks Volksleven”; 1959. Wij brengen een instrumentale versie op de zampogna, de kerstdoedelzak uit Italië.


11. O herders laat uw bokken en schapen

O herders laat uw bokken en schapen

Uit een handschrift van ca 1621 in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel; Ook in “Hemelsch Nachtegaelken”, Antwerpen 1644.

De melodie is gelijk aan de Vulcanusdans, “Boerenlieties” nr. 12, die voor het eerst als wijsaanduiding voorkomt in “Haarlemsche mei-bloempjes”, 1649. Maar het lied is al aanmerkelijk ouder, want Michael Praetorius (1571 – 1621) maakte er al een meerstemmige bewerking van.


12. Zoete engelin

Zoete engelin

“Boerenlieties” nr. 699. Als melodieverwijzing voor het eerst in “AMSTERDAMSE Spin-huys” van 1680.


13. Wilt achten, waarde huisman

Wilt achten, waarde huisman

Middels de publicatie van Jaap kunst ook bekend als het “Fivelgoër kerstlied”, waaraan wij de gezongen versie ontleenden. De instrumentale versie komt uit “Oude en nieuwe Groninger liederen” van P. Groen.

In “De Ommelanden” verdwenen de nieuwjaarszangers vanaf ongeveer 1900. Het was een apart slag mensen, deze nieuwjaarszangers, zoals Vester Klok uit Kiel-Windeweer, Leo Mosselman en Harm Kort, uit Loppersum die elkaars felle concurrenten waren en in de Woldstreek was vooral Tidde Telu bekend.

Begaafd met een goede stem, wat wijsgerige aanleg, dikwijls vrij bejaard en vaak godsdienstig, begonnen zij hun rondtochten reeds in begin december. Twee à drie maanden duurden ze, want in een wijde omtrek, uren ver, moesten de klanten bezocht worden, niet alleen in de dorpen, maar ook op afgelegen boerderijen.

Ze noemden hun lied een nieuwjaarszang, maar in de kern is het een oud kerstlied. Het lied zelf heeft nog lang voortgeleefd; Henk Scholte van de Groningse groep Törf heeft het eind jaren zestig nog regelmatig in de kanaalstreek en Ter Apel gehoord. Er waren twee broers, blinde Gienus en Fennus Hagedoorn die het aan de deur zongen voor een kleine gave. Henk’s grootvader Klaas Scholte (katholiek van huis uit) kende het ook, met een afwijkende melodie.


14. De herders in de nacht

De herders in de nacht

Uitgangspunt was de tweestemmige zetting in het muziekhandschrift “Für Maagdhalene Dakkest” uit 1716. De mooie omspeling van de melodie staat in de “Boerenlieties”.


15. Rommelpotliedjes

Rommelpotliedjes

Bedelliedjes waarmee oorspronkelijk volwassenen, later alleen nog kinderen, de deuren langs ging om geld, fruit of snoep op te halen. De wens dat de gulle gever “honderd jaar na deze dag” nog mag leven verandert bij een gierigaard in “kap ze dan d’r kop maar af”.
- Een luisje en een vlo’tje: ons in 2007 voorgezongen door dhr. Paul v.d. Gaag, die het kende van vroeger uit Capelle a/d IJssel
- Nieuwejaarke zoete: Uit de verzameling van Peter Koene, Hoogerheide, jaren ‘50. Ook in de rest van West Brabant en in Vlaanderen bekend.
- Klein Zieltje: door Peter Koene opgetekend in Tholen, 1975. De rommelpot waarmee kinderen daar nu nog langs de deuren gaan wordt gemaakt van een conservenblijkje, bespannen met een plastic zak. Het liedje is mogelijk een overblijfsel van een langer geestelijk lied of van een ballade over de reis die de zielen van gestorvenen maken.
- Ik heb zo lang met de rommelpot gelopen: naar een opname van 1953 te Rotterdam (Liederenbank); varianten van dit liedje komen in het hele land voor.
- Driekoningen: door Peter Koene opgetekend in Bergen op Zoom.


16. Maria Magdalena

Maria Magdalena

Driekoningen “sterrelied”, gebaseerd op het geestelijke lied “Des morghens vroe bi tiden” uit een 15e eeuws Deventer handschrift, dat zich bevindt in Berlijn.

Tot in de jaren ‘50 van de twintigste eeuw gezongen en in grote delen van Nederland bekend. Het lied heeft verschillende lagen en dat maakt het zo interessant.
Maria Magdalena wordt ten tonele gevoerd, terwijl zij normaal gesproken alleen rond het passieverhaal voorkomt.
Het scheepje dat wegzeilt doet denken aan de graalverhalen. En dan is er nog de prachtige moraal over het eeuwige en het verderfelijke leven, die ook een waarheid bevat voor mensen die niet gelovig zijn.

Het Meertensinstituut bezit 12 opnamen, gemaakt tussen 1954 en 1978.
De melodie die wij gebruiken werd in de jaren ’20 van de vorige eeuw genoteerd te Harkstede door P. Groen.


17. A la berline postiljon

A la berlina postiljon

Oudste tekst in “Het Hofken der geestelycke Liedekens”, 1577.
Afkomstig uit een boeren-driekoningenspel is het later getransformeerd tot bedelliedje, voornamelijk in de Kempen.

Verkleed als Drie Koningen, één zwart geschminkt dus, ging men langs de deuren om geld of lekkernijen op te halen.


18. Tsa laat ons kopen / Wafelkoeken

Tsa laat ons kopen / Wafelkoeken

Een “logenboek” is een almanak, naast de bijbel vaak het enige boek dat men vroeger in huis had en dat natuurlijk elk nieuw jaar opnieuw moest worden aangeschaft.

“Dertiendag” is Driekoningen, de dertiende dag na Kerstmis. Het (origineel veel langere) lied komt uit het”Nieu groot Amstelredams Liedt-boeck” van 1605, met als wijsaanduiding: “Lief uutvercoren, Lief triumphant”. Het lied geeft een beeld van de zeden en (eet- en drink)gewoonten van de 16e en 17e eeuw.

Wafelkoeken staat onder nr. 430 in de “Boerenlieties”


CD: ONS IS GEBOREN